Sevikar Hct 40mg/10mg/25mg Filmomh Tabl 98
Op voorschrift
Geneesmiddel

Sevikar Hct 40mg/10mg/25mg Filmomh Tabl 98

  € 50,19

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 12,46 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 7,40 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Patiënten met hypovolemie of natriumdepletie: Symptomatische hypotensie kan optreden bij patiënten met volume- en/of natriumdepletie ten gevolge van een doorgedreven diureticatherapie, een zoutarm dieet, diarree of braken, vooral na de eerste dosis. Alvorens SEVIKAR/HCT toe te dienen is het aanbevolen om deze aandoening te corrigeren of om de patiënt bij het begin van de behandeling onder strikt medisch toezicht te houden. Overige aandoeningen met stimulatie van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem: Bij patiënten van wie de vaattonus en nierfunctie vooral afhankelijk zijn van de activiteit van het renine�angiotensine-aldosteronsysteem (bv. patiënten met ernstig congestief hartfalen of onderliggende nierziekte, inclusief stenose van de nierarterie) is de behandeling met geneesmiddelen die dit systeem beïnvloeden geassocieerd met acute hypotensie, azotemie, oligurie of, zelden, acuut nierfalen. Renovasculaire hypertensie: Er bestaat een verhoogd risico van ernstige hypotensie en nierinsufficiëntie als patiënten met bilaterale nierarteriestenose of stenose van de arterie naar slechts één functionerende nier behandeld worden met geneesmiddelen die het renine-angiotensine-aldosteronsysteem beïnvloeden. Nierinsufficiëntie en niertransplantatie: Wanneer SEVIKAR/HCT wordt gebruikt bij patiënten met een verminderde nierfunctie is een periodieke controle van de kalium- en creatininespiegels in het serum aanbevolen. Het gebruik van SEVIKAR/HCT is niet aanbevolen bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) (zie rubrieken 4.2, 4.3 en 5.2). Een aan thiazidediuretica geassocieerde azotemie kan optreden bij patiënten met een verminderde nierfunctie. Indien progressieve nierinsufficiëntie manifest wordt, dient de behandeling nauwkeurig te worden herbeoordeeld en zal het stoppen van de diuretische therapie worden overwogen. Er is geen ervaring met de toediening van SEVIKAR/HCT aan patiënten die kort geleden een niertransplantatie hebben ondergaan of bij patiënten met terminale nierinsufficiëntie (d.w.z. creatinineklaring < 12 ml/min). Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door het gecombineerde gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie. Leverinsufficiëntie: Bij patiënten met leverinsufficiëntie is de blootstelling aan amlodipine en olmesartan medoxomil verhoogd (zie rubriek 5.2). Bovendien kunnen kleine veranderingen in de vocht- en de elektrolytenbalans gedurende de thiazidetherapie levercoma versnellen bij patiënten met een verminderde leverfunctie of een progressieve leverziekte. Voorzichtigheid is geboden bij de toediening van SEVIKAR/HCT aan patiënten met lichte tot matige leverinsufficiëntie. Bij patiënten met matige leverinsufficiëntie mag de dosis olmesartan medoxomil niet hoger zijn dan 20 mg (zie rubriek 4.2). Bij patiënten met leverinsufficiëntie moet met de laagst mogelijke dosis amlodipine gestart worden. Nauw medisch toezicht is aangewezen bij aanvang van de therapie en bij elke dosisverhoging. Het gebruik van SEVIKAR/HCT is gecontra-indiceerd bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie, cholestase of galwegobstructie (zie rubriek 4.3). Aorta- en mitralisklepstenose, obstructieve hypertrofische cardiomyopathie: Door de aanwezigheid van amlodipine in SEVIKAR/HCT, zoals voor andere vasodilatatoren is bijzondere voorzichtigheid geboden bij patiënten die lijden aan aorta- of mitralisklepstenose of aan obstructieve hypertrofische cardiomyopathie. Primair aldosteronisme: Patiënten met primair aldosteronisme reageren in het algemeen niet op antihypertensieve geneesmiddelen die het renine-angiotensinesysteem remmen. Daarom is het gebruik van SEVIKAR/HCT bij dergelijke patiënten niet aanbevolen. Metabole en endocriene effecten: Thiazidediuretica kunnen de glucosetolerantie verminderen. Bij diabetespatiënten kunnen dosisaanpassingen van insuline of orale hypoglykemische middelen nodig zijn (zie rubriek 4.5). Tijdens de behandeling met thiaziden kan een latente diabetes mellitus manifest worden. Stijgingen van de cholesterol- en triglyceridenspiegels zijn bekende ongewenste effecten van thiazidediuretica. Bij sommige patiënten die thiazidediuretica krijgen kan hyperurikemie optreden of kan het ontstaan van manifeste jicht versneld worden. Verstoorde elektrolytenbalans: Zoals met alle patiënten die diuretica krijgen, moeten de serumelektrolyten regelmatig worden bepaald. Thiaziden, inclusief hydrochloorthiazide, kunnen de vocht- of elektrolytenbalans verstoren (inclusief hypokaliëmie, hyponatriëmie en hypochloremische alkalose). Signalen die wijzen op een verstoorde vocht- of elektrolytenbalans zijn een droge mond, dorst, zwakte, lethargie, slaperigheid, rusteloosheid, spierpijn of -krampen, spiermoeheid, hypotensie, oligurie, tachycardie en gastro-intestinale ongemakken zoals misselijkheid of braken (zie rubriek 4.8). Het risico van hypokaliëmie is het grootst bij patiënten met levercirrose, bij patiënten met een snelle diurese, bij patiënten met een onvoldoende orale elektrolyteninname en bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met corticosteroïden of ACTH (zie rubriek 4.5). Omgekeerd kan door antagonisme ter hoogte van de angiotensine-II-receptoren (AT1) via de olmesartan medoxomil component van SEVIKAR/HCT hyperkaliëmie optreden, vooral bij nierinsufficiëntie en/of hartfalen en diabetes mellitus. Bij risicopatiënten is een nauwgezette controle van het serumkalium aanbevolen. Kaliumsparende diuretica, kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutvervangers en andere medicijnen die de kaliumspiegels in het serum kunnen verhogen (bv. heparine) mogen, zij het voorzichtig, samen met SEVIKAR/HCT toegediend worden (zie rubriek 4.5). De plasmakaliumconcentratie moet regelmatig gecontroleerd worden. Er zijn geen aanwijzingen dat olmesartan medoxomil door diuretica geïnduceerde hyponatriëmie zou verminderen of voorkomen. Het chloridetekort is meestal mild en behoeft doorgaans geen behandeling. Thiaziden kunnen de calciumexcretie in de urine verminderen en een tijdelijke, lichte verhoging van het serumcalcium veroorzaken, zonder bekende stoornissen van het calciummetabolisme. Hypercalciëmie kan een symptoom zijn van verborgen hyperparathyreoïdie. Thiaziden moeten worden gestaakt voordat de bijschildklierfunctie wordt getest. Thiaziden kunnen de excretie van magnesium in de urine verhogen, wat kan leiden tot hypomagnesiëmie. Bij warm weer kan bij oedemateuze patiënten verdunningshyponatriëmie optreden. Lithium: Zoals met andere angiotensine-II-receptorantagonisten is de gelijktijdige toediening van SEVIKAR/HCT en lithium niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Hartfalen: Als gevolg van de remming van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem kunnen bij vatbare personen veranderingen in de nierfunctie worden verwacht. Bij patiënten met ernstig hartfalen, van wie de nierfunctie afhankelijk kan zijn van de activiteit van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem, is de behandeling met remmers van het angiotensineconverterend enzym (ACE) en angiotensinereceptorantagonisten in verband gebracht met oligurie en/of progressieve azotemie en (zelden) met acuut nierfalen en/of overlijden. Patiënten met hartfalen mogen behandeld worden onder nauw medisch toezicht. In een placebogecontroleerde langetermijnstudie met amlodipine bij patiënten met ernstig hartfalen (NYHA III en IV), was de frequentie van longoedeem groter in de amlodipine groep dan in de placebo groep (zie rubriek 5.1). Calciumkanaal blokkers (inclusief amlodipine) moeten met de nodige voorzichtigheid aangewend worden bij patiënten met congestief hartfalen omdat ze mogelijk het risico verhogen op latere cardiovasculaire aandoeningen en mortaliteit. Sprue-achtige enteropathie: Zeer zelden komt bij patiënten die olmesartan nemen een ernstige vorm van chronische diarree met substantieel gewichtsverlies voor. De klachten beginnen van enkele maanden tot jaren na het opstarten van de therapie en worden mogelijk veroorzaakt door een lokaal uitgestelde overgevoeligheidsreactie. Een intestinale biopsie bij de getroffen patiënten toont vaak een villi atrofie aan. Indien een patient deze sympthomen onwikkelt tijdens een behandeling met olmesartan en wanneer er geen andere etiologie uitgesproken aanwezig is, moet de olmesartan therapie onmiddellijk gestaakt worden en mag deze niet heropgestart worden. Indien de diarree niet verbetert tijdens de week die volgt op het stopzetten van de olmesartan therapie moet overwogen worden om een specialist te raadplegen (bv. Gastro-enteroloog). Intestinaal angio-oedeem: Intestinaal angio-oedeem is gemeld bij patiënten die werden behandeld met angiotensine II�receptorantagonisten, [waaronder olmesartan medoxomil] (zie rubriek 4.8). Bij deze patiënten deden zich buikpijn, misselijkheid, braken en diarree voor. De symptomen verdwenen na stopzetting van angiotensine II-receptorantagonisten. Wanneer intestinaal angio-oedeem wordt vastgesteld, moet het gebruik van olmesartan medoxomil worden gestaakt en moet gepaste monitoring plaatsvinden tot de symptomen volledig zijn verdwenen. Choroïdale effusie, acute myopie en secundaire gesloten hoek glaucoom: Hydrochloorthiazide, een sulfonamide, kan een idiosyncratische reactie veroorzaken, wat kan leiden tot een choroïdale effusie met gezichtsvelddefect, een acute transiënte myopie en een acuut gesloten hoek glaucoom. Symptomen hiervan zijn een acuut verminderd zicht of oogpijn. Kenmerkend is dat deze symptomen optreden binnen enkele uren tot weken na de eerste inname van het geneesmiddel. Onbehandeld acuut gesloten hoek glaucoom kan leiden tot een blijvend verlies van het zicht. Als eerste stap wordt de hydrochloorthiazide therapie zo snel als mogelijk stopgezet. Een onmiddellijke medische of chirurgische interventie moet overwogen worden als de intra-oculaire druk niet onder controle kan gebracht worden. Allergie voor sulfonamiden of penicilline is een risico verhogende factor om acuut gesloten hoek glaucoom te ontwikkelen (zie rubriek 4.8). Zwangerschap: Angiotensine-II-receptorantagonisten mogen niet worden gestart tijdens de zwangerschap. Tenzij verdere behandeling met angiotensine-II-receptorantagonisten noodzakelijk is, moeten patiënten die zwanger willen worden overschakelen naar alternatieve antihypertensieve behandelingen, waarvan bewezen is dat ze tijdens de zwangerschap veilig kunnen worden gebruikt. Wanneer een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met angiotensine-II- receptorantagonisten onmiddellijk gestaakt worden en, indien van toepassing, moet een alternatieve therapie gestart worden (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Pediatrische patiënten: Het gebruik van SEVIKAR/HCT bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar oud, is niet aangewezen. Bejaarden: Elke dosisverhoging bij bejaarden moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren (zie rubriek 5.2). Fotosensibilitiet: Met thiazidediuretica werden fotosensibiliteitssreacties gemeld (zie rubriek 4.8). Mocht er tijdens de behandeling met SEVIKAR/HCT een lichtgevoeligheidsreactie optreden, wordt aanbevolen de behandeling stop te zetten. Wanneer hertoediening van het diureticum noodzakelijk wordt geacht, is het aanbevolen de blootgestelde gebieden te beschermen tegen de zon of tegen kunstmatig UVA-licht. Niet-melanome huidkanker: Er is een verhoogd risico op niet-melanome huidkanker (NMSC) [basaalcelcarcinoom (BCC) en plaveiselcelcarcinoom (SCC)] bij blootstelling aan een toenemende cumulatieve dosis hydrochloorthiazide (HCTZ) waargenomen bij twee epidemiologische onderzoeken op basis van het Deense Nationaal Kankerregister. De fotosensibiliserende werking van HCTZ zou kunnen werken als een mogelijk mechanisme voor NMSC. Patiënten die HCTZ innemen moeten worden geïnformeerd over het risico op NMSC en moet worden geadviseerd hun huid regelmatig te controleren op nieuwe laesies en verdachte huidlaesies onmiddellijk te melden. Er dienen mogelijke preventieve maatregelen zoals beperkte blootstelling aan zonlicht en uv�stralen en, in het geval van blootstelling, afdoende bescherming aan de patiënten te worden aanbevolen om het risico op huidkanker tot een minimum te beperken. Verdachte huidlaesies moeten onmiddellijk worden onderzocht, mogelijk met inbegrip van histologisch onderzoek van biopsieën. Het gebruik van HCTZ bij patiënten die eerder NMSC hebben gehad moet mogelijk ook worden heroverwogen (zie ook rubriek 4.8). Acute respiratoire toxiciteit: Er zijn zeer zeldzame ernstige gevallen van acute respiratoire toxiciteit, waaronder 'acute respiratory distress'-syndroom (ARDS), gemeld na inname van hydrochloorthiazide. Longoedeem ontwikkelt zich doorgaans binnen minuten tot uren na inname van hydrochloorthiazide. Bij aanvang omvatten de symptomen dyspneu, koorts, verslechtering van de longfunctie en hypotensie. Als de diagnose ARDS wordt vermoed, dient de behandeling met Sevikar HCT te worden gestaakt en een passende behandeling te worden gegeven. Hydrochloorthiazide mag niet worden toegediend aan patiënten bij wie eerder ARDS optrad na inname van hydrochloorthiazide. Overige: Zoals met alle antihypertensiva, kan een excessieve bloeddrukdaling bij patiënten met een ischemische hartziekte of een ischemische cerebrovasculaire aandoening leiden tot een myocardinfarct of beroerte. Overgevoeligheidsreacties op hydrochloorthiazide kunnen voorkomen bij zowel patiëntenmet of zonder een voorgeschiedenis van allergie of astma bronchiale, maar zijn waarschijnlijker bij patiënten met zo een geschiedenis. Bij gebruik van thiazidediuretica is exacerbatie of activering van systemische lupus erythematosus gemeld. Net als voor alle andere geneesmiddelen die angiotensine II receptor antagonisten bevatten, is het bloeddrukverlagend effect van Olmesartan iets minder sterk bij zwarte patiënten dan bij patiënten met een lichte huidskleur. Nochtans werd dit effect tijdens geen van de drie klinische studies met SEVIKAR/HCT waar zwarte patiënten aan deelnamen (30%) opgemerkt (zie ook rubriek 5.1). Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per filmomhulde tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.

Essentiële hypertensie

Elke filmomhulde tablet bevat 20 mg olmesartan medoxomil, 5 mg amlodipine (als amlodipine besilaat) en 12,5 mg hydrochloorthiazide.

Elke filmomhulde tablet bevat 40 mg olmesartan medoxomil, 5 mg amlodipine (als amlodipine besilaat) en 12,5 mg hydrochloorthiazide.

Elke filmomhulde tablet bevat 40 mg olmesartan medoxomil, 10 mg amlodipine (als amlodipine besilaat) en 12,5 mg hydrochloorthiazide.

Elke filmomhulde tablet bevat 40 mg olmesartan medoxomil, 5 mg amlodipine (als amlodipine besilaat) en 25 mg hydrochloorthiazide.

Elke filmomhulde tablet bevat 40 mg olmesartan medoxomil, 10 mg amlodipine (als amlodipine besilaat) en 25 mg hydrochloorthiazide.

De andere stoffen in dit middel zijn:

Kern van detablet: gepregelatiniseerd maïszetmeel, gesilificeerde microkristallijn cellulose (microkristallijn cellulose en watervrij colloïdaal siliciumdioxide), croscarmellose natrium, magnesiumstearaat.

Filmomhulling: polyvinylalcohol, macrogol 3350, talk, titaandioxide (E171), ijzer-(III) oxide geel (E172), ijzer-(III) oxide rood (E172) (alleen de filmomhulde tabletten 20 mg/5 mg/12,5mg, 40 mg/10 mg/12,5 mg, 40 mg/10 mg/25mg), ijzer-(II, III) oxide zwart (E172) (alleen de filmomhulde tabletten 20 mg/5 mg/ 12,5 mg).

Praat zeker met uw arts wanneer het één van onderstaande onderwerpen betreft:

Andere bloeddruk verlagende geneesmiddelen (antihypertensiva) kunnen het effect van Sevikar/HCT versterken. Uw arts kan uw dosis aanpassen en/of andere voorzorgsmaatregelen nemen. Als u een ACE-remmer of aliskiren inneemt (zie ook de informatie in de rubrieken: "Wanneer mag u dit middel niet gebruiken" en "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel")

Lithium (een geneesmiddel voor de behandeling van stemmingswisselingen en bepaalde types depressie) kan bij gelijktijdig gebruik met Sevikar/HCT de toxiciteit van lithium verhogen. Als u lithium moet innemen, zal uw arts de lithiumconcentraties in uw bloed meten.

Diltiazem, verapamil wordt gebruikt bij hartritmestoornissen en hoge bloeddruk.

Rifampicine, erythromycine, clarithromycine, tetracyclines of sparfloxacine, antibiotica gebruikt tegen tuberculose en andere infecties.

 Sint-Janskruid (Hypericum perforatum), een kruidenmiddel voor de behandeling van depressie.

Cisapride, gebruikt om de maag- en darmbewegingen te stimuleren.

Difemanil, gebruikt voor de behandeling van een trage hartslag of overmatig zweten.

Halofantrine, gebruikt voor de behandeling van malaria.

Vincamine IV, wordt gebruikt om de bevloeiing van het zenuwstelsel te verbeteren

Amantadine, gebruikt voor de behandeling van de ziekte van Parkinson.

Kaliumsupplementen, zoutvervangers die kalium bevatten, waterafdrijvende geneesmiddelen (diuretica), heparine (om de bloedstolling te verminderen en ter preventie van bloedstolsels), ACE inhibitoren (om de bloeddruk te verlagen), laxativa, steroïden, adrenocorticotroop hormoon (ACTH), carbenoxolon (een geneesmiddel gebruikt voor de behandeling van mond- en maagzweren), natrium-penicilline G (ook benzylpenicillinenatrium genoemd, een antibioticum), sommige pijnstillers zoals acetylsalicylzuur (aspirine) of salicylaten. Het gelijktijdige gebruik van deze geneesmiddelen en Sevikar/HCT kan de kaliumspiegels in het bloed wijzigen.

Niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's, geneesmiddelen die worden gebruikt ter bestrijding van pijn, zwelling en andere symptomen van een ontsteking, inclusief artritis) kunnen bij gelijktijdig gebruik met Sevikar/HCT het risico van nierfalen verhogen. Het effect van Sevikar/HCT kan minder worden onder invloed van NSAID's. Bij gebruik van salicylaten in hoge dosis, kan het toxisch effect op het centraal zenuwstelsel stijgen.

4.8 Bijwerkingen De veiligheid van SEVIKAR/HCT werd in klinische studies onderzocht op 7826 patiënten die olmesartan medoxomil innamen samen met amlodipine en hydrochloorthiazide. De bijwerkingen die gemeld werden tijdens klinische studies, veiligheids studies sinds de commercialisatie alsook de spontane meldingen werden samengevat in tabel 1 voor SEVIKAR/HCT alsook voor de individuele componenten, olmesartan medoxomil, amlodipine en hydrochloorthiazide, op basis van hun gekend individueel veiligheidsprofiel. De bijwerkingen die het meest gemeld werden tijdens een behandeling zijn perifeer oedema, hoofdpijn en duizeligheid. De volgende terminologie wordt gehanteerd om de frequentie aan te geven waarmee bijwerkingen optreden. Zeer vaak ( 1/10) Vaak (1/100 tot <1/10) Soms (1/1.000 tot <1/100) Zelden (1/10.000 tot <1/1.000) Zeer zelden (< 1/10.000) Niet bekend (kan niet worden vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens) Tabel 1: samenvatting van de bijwerkingen met Sevikar/HCT en de individuele componenten MedDRA Systeem Orgaan Klasse Bijwerking Frequentie SEVIKAR/ HCT Olmesartan Amlodipine HCTZ Infecties en parasitaire aandoeningen infectie van de bovenste luchtwegen vaak nasofaryngitis vaak urineweginfectie vaak vaak sialadenitis zelden Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen) niet-melanome huidkanker (basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom) bekend Bloed- en lymfestelsel -aandoeningen leukopenie zeer zelden zelden trombocytopenie soms zeer zelden zelden beenmergdepressie zelden neutropenie/ agranulocytose zelden hemolytische anemie zelden aplastische anemie zelden Immuunsysteem-aandoeningen anaphylactische reacties soms overgevoeligheid voor het geneesmiddel zeer zelden Voedings- en stofwisselingsstoornissen hyperkaliemie soms zelden hypokaliemie soms vaak anorexia soms glycosurie vaak hypercalciëmie vaak hyperglykemie zeer zelden vaak hypomagnesiëmie vaak hyponatriëmie vaak hypochloriëmie vaak hypertriglyceridemie vaak zeer vaak hypercholesterolemie zeer vaak hyperurikemie vaak zeer vaak hypochloraemische alkalose zeer zelden hyperamylasemie vaak Psychische stoornissen verwardheid zelden vaak depressie soms zelden apathie zelden prikkelbaarheid soms rusteloosheid zelden stemmingswisselingen (inclusief angst) soms slaapstoornissen (incl. slapeloosheid) soms zelden Zenuwstelselaandoeningen duizeligheid vaak vaak vaak vaak hoofdpijn vaak vaak vaak zelden posturale duizeligheid soms presyncope soms dysgeusie soms hypertonie zeer zelden hypoasthesie soms paresthesie soms zelden perifere neuropathie zeer zelden slaperigheid vaak syncope soms convulsies zelden verminderde eetlust soms tremor soms extrapyramidale aandoeningen niet bekend Oogaandoeningen visusstoornissen (inclusief diplopie, wazig zicht) soms zelden verminderd traanvocht zelden verslechtering van een bestaande myopie soms xanthopsie zelden acute myopie, acute gesloten-hoek glaucoma (zie rubriek 4.4.) niet bekend choroïdale effusie niet bekend Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen vertigo soms soms zelden tinnitus soms Hartaandoeningen palpitaties vaak vaak tachycardie soms myocardinfarct zeer zelden ritmestoornissen (incl. bradycardie, ventrikeltachycardie en atrium fibrillatie) soms zelden angina pectoris soms soms (incl. verslechtering van angina pectoris) Bloedvataandoeningen hypotensie vaak zelden soms opvliegers soms vaak orthostatische hypotensie soms vasculitis (incl. necrotiserende angiitis) zelden trombose zelden embolie zelden Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinum aandoeningen hoesten soms vaak soms bronchitis vaak dyspneu vaak zelden faryngitis vaak rhinitis vaak soms acute interstitiële pneumonie zelden ademhalingsproblemen soms longoedeem zelden 'Acute respiratory distress'-syndroom (ARDS) (zie rubriek 4.4) zeer zelden Maagdarmstelsel-aandoeningen diarree vaak vaak vaak misselijkheid vaak vaak vaak vaak Constipatie vaak vaak droge mond soms soms abdominale pijn vaak vaak vaak gewijzigde stoelgang (inclusief diarree en constipatie) vaak meteorisme vaak dyspepsie vaak vaak gastritis zeer zelden maagirritatie vaak gastro-enteritis vaak tandvleeshyperplasie zeer zelden paralytische ileus zeer zelden pancreatitis zeer zelden zelden braken soms soms vaak intestinaal angio-oedeem (zie rubriek 4.4) zelden Sprue-achtige enteropathie (zie rubriek 4.4) zeer zelden Lever- en galaandoeningen hepatitis zeer zelden geelzucht (intrahepatische cholestatische icterus) zeer zelden zelden acute cholecystitis zelden Auto-immuunhepatitis* niet bekend Huid- en onderhuid aandoeningen alopecia soms angio-oedeem zelden zeer zelden allergisch dermatitis soms erythema multiforme zeer zelden erythema soms cutane lupus erythematosusachtige reacties zelden exantheem soms soms exfoliatieve dermatitis zeer zelden hyperhydrosis soms lichtgevoeligheid zeer zelden soms pruritus soms soms soms purpura soms soms Quincke-oedeem zeer zelden huiduitslag soms soms soms reactivering van cutane lupus erythematosus zelden toxische epidermale necrolyse niet bekend zelden huidverkleuring soms Stevens-Johnson-syndroom zeer zelden urticaria soms soms soms Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen spierspasme vaak zelden vaak gewrichtszwelling vaak spierzwakte soms zelden gezwollen enkels vaak artralgie soms artritis vaak rugpijn vaak soms parese zelden myalgie soms soms skeletpijn vaak Nier- en urinewegaandoeningen pollakisurie vaak vaker plassen soms acuut nierfalen zelden hematurie vaak mictiestoornis soms nocturie soms interstitiële nefritis zelden nierinsufficiëntie zelden zelden Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen erectiele disfunctie soms soms soms gynaecomastie soms Algemene aandoeningen en toedienings-plaatsstoornissen asthenie vaak soms vaak perifeer oedeem vaak vaak vermoeidheid vaak vaak vaak borstpijn vaak soms koorts zelden griepachtige symptomen vaak lethargie zelden malaise soms soms oedeem zeer vaak pijn vaak soms gezichtsoedeem soms Onderzoeken bloed creatinine concentratie verhoogd vaak zelden vaak bloed ureum concentratie verhoogd vaak vaak vaak bloed urinezuur concentratie verhoogd vaak verlaagde kaliumspiegel in het bloed soms gammaglutamyl transferase verhoogd soms alanine aminotransferase verhoogd soms aspartaat aminotransferase verhoogd soms verhoogde leverenzymen vaak zeer zelden (vooral consistent met cholestase) verhoogde creatine phosphokinase vaak gewichtsverlies soms gewichtstoename soms * Na het in de handel brengen zijn gevallen gemeld van auto-immuunhepatitis met een latentie van enkele maanden tot jaren, die reversibel waren na de stopzetting van olmesartan. Een enkel geval van rhabdomyolyse werd gemeld bij een tijdelijk gebruik van een angiotendine-II receptorblokker. Een enkel geval van extrapyramidaal syndroom werd gemeld bij patiënten die behandeld werden met amlodipine. Niet-melanome huidkanker: Op basis van beschikbare gegevens van epidemiologische onderzoeken werd een cumulatief dosisafhankelijk verband tussen HCTZ en NMSC waargenomen (zie ook rubriek 4.4 en 5.1). Andere bijwerkingen die werden gemeld in klinische studies of tijdens postmarketingervaring met een vaste-dosis-combinatie van olmesartan medoxomil en amlodipine en die nog niet werden gemeld voor Sevikar/HCT, olmesartan medoxomil monotherapie of amlodipine monotherapie of in een hogere frequentie voor de twee componenten combinatie (Tabel 2): Tabel 2: Combinatie van olmesartan medoxomil en amlodipine Systeem / orgaanklassen Frequentie Bijwerkingen Immuunsysteem-aandoeningen zelden overgevoeligheid voor het geneesmiddel Maagdarmstelsel-aandoeningen soms pijn in de bovenbuik Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen soms verminderd libido Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen vaak putjesoedeem soms lethargie Skeletspierstelsel- en bindweefsel aandoeningen soms pijn in de ledematen Andere bijwerkingen die werden gemeld in klinische studies of tijdens postmarketingervaring met een vastedosiscombinatie van olmesartan medoxomil en hydrochloorthiazide en die nog niet werden gemeld voor SEVIKAR/HCT, olmesartan medoxomil- of hydrochloorthiazidemonotherapie, of in een hogere frequentie voor de twee componenten combinatie (Tabel 3): Tabel 3: Combinatie van olmesartan medoxomil en hydrochlorothiazide Systeem / orgaanklassen Frequentie Bijwerkingen Zenuwstelsel-aandoeningen zelden bewustzijnsstoornissen (zoals het bewustzijn verliezen) Huid- en onderhuid-aandoeningen soms eczeem Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen soms pijn in de extremiteiten Onderzoeken zelden licht verhoogde stikstofwaarden in bloedureum, licht afgenomen gemiddelde hemoglobine- en hematocrietwaarden

Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen, voor dihydropyridinederivaten of voor stoffen afgeleid van sulfonamide (hydrochloorthiazide is een geneesmiddel afgeleid van sulfonamide ) of voor één van de hulpstoffen vermeld in "Samenstelling".
Ernstige nierinsufficiëntie.
Refractaire hypokaliëmie, hypercalciëmie, hyponatriëmie en symptomatische hyperuricemie
Ernstige leverinsufficiëntie, cholestase en galwegobstructie.
Het tweede en derde trimester van de zwangerschap ( en ).
Het gelijktijdig gebruik van Sevikar/HCT met aliskiren-bevattende geneesmiddelen is gecontra-indiceerd bij patiënten met diabetes mellitus of nierinsufficiëntie (GFR < 60 ml/min/1,73 m2) .

Omdat SEVIKAR/HCT amlodipine bevat, is het gecontraindiceerd bij patiënten met:
• Shock (inclusief cardiogene shock).
• Ernstige hypotensie
• Obstructie van het uitstroomkanaal van het linkerventrikel (bv. hooggradige aortastenose).
• Hemodynamisch onstabiel hartfalen na acuut myocardinfarct.

Zwangerschap Het gebruik van Sevikar/HCT is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Gezien de effecten van de afzonderlijke componenten van dit combinatieproduct op de zwangerschap is het gebruik van SEVIKAR/HCT niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Olmesartan medoxomil Het gebruik van angiotensine-II-receptorantagonisten is niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van angiotensine-II-receptorantagonisten is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). De epidemiologische bewijzen inzake het teratogeniciteitsrisico na blootstelling aan ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap zijn niet afdoend; een licht verhoogd risico kan evenwel niet worden uitgesloten. Hoewel er geen gecontroleerde epidemiologische gegevens zijn over het risico met angiotensine-II-antagonisten, kunnen voor deze geneesmiddelenklasse gelijkaardige risico's bestaan. Tenzij verdere behandeling met angiotensinereceptorantagonisten noodzakelijk is, moeten patiënten die zwanger willen worden overschakelen naar alternatieve antihypertensieve behandelingen waarvan bewezen is dat ze tijdens de zwangerschap veilig kunnen worden gebruikt. Wanneer een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met angiotensine-II-receptorantagonisten onmiddellijk worden gestaakt en, indien van toepassing, moet een alternatieve behandeling worden gestart. Het is bekend dat blootstelling aan angiotensine-II-receptorantagonisten tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap humane foetotoxiciteit (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, vertraagde ossificatie van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) induceert. (zie rubriek 5.3 ). Bij blootstelling aan angiotensine-II-antagonisten vanaf het tweede trimester van de zwangerschap is een echografische controle van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Zuigelingen van wie de moeders angiotensine-II-receptorantagonisten hebben genomen, moeten van nabij worden opgevolgd voor hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Hydrochloorthiazide De ervaring met hydrochloorthiazide tijdens de zwangerschap, vooral tijdens het eerste trimester, is beperkt. Dierproeven zijn ontoereikend. Hydrochloorthiazide dringt door de placenta. Op basis van het farmacologische werkingsmechanisme van hydrochloorthiazide kan het gebruik tijdens het tweede en derde trimester de foeto-placentaire perfusie compromitteren en kunnen foetale en neonatale effecten zoals icterus, verstoring van de elektrolytenbalans en trombocytopenie optreden. Hydrochloorthiazide mag niet worden gebruikt voor zwangerschapsoedeem, zwangerschapshypertensie of pre-eclampsie door het risico van verminderd plasmavolume en placentahypoperfusie, zonder voordelig effect op het verloop van de aandoening. Hydrochloorthiazide mag niet worden gebruikt voor essentiële hypertensie bij zwangere vrouwen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden waar geen andere behandeling mogelijk is. Amlodipine Gegevens over een beperkt aantal blootgestelde zwangerschappen wijzen niet op een schadelijk effect van amlodipine of andere calciumreceptorantagonisten op de gezondheid van de foetus. Een verlengde bevalling is evenwel mogelijk. Borstvoeding Het gebruik van SEVIKAR/HCT tijdens de borstvoeding is niet aanbevolen. Alternatieve behandelingen met een beter aangetoond veiligheidsprofiel tijdens de borstvoeding verdienen de voorkeur, vooral bij pasgeboren of premature kinderen. Olmesartan wordt uitgescheiden in de melk van lacterende ratten. Het is echter niet bekend of olmesartan in de menselijke melk terechtkomt. Amlodipine wordt uitgescheiden in de moedermelk. Het percentage van de maternale dosis dat wordt ontvangen door de zuigeling werd geschat met een interkwartielafstand van 3 - 7%, met een maximum van 15%. Niet bekend is welk effect amlodipine op zuigelingen heeft. Hydrochloorthiazide wordt in kleine hoeveelheden in de humane moedermelk uitgescheiden. Thiaziden, in hoge doses, leiden tot een uitgesproken diurese en dat kan de melkproductie verhinderen. Het innemen van SEVIKAR/HCT tijdens de periode van borstvoeding wordt niet aangeraden. Als SEVIKAR/HCT ingenomen moet worden tijdens een periode van borstvoeding geven, moet de dosis zo laag mogelijk gehouden worden. Vruchtbaarheid Omkeerbare biochemische veranderingen werden waargenomen in de kop van de spermatozoa bij sommige patiënten die met calciumkanaalblokkers behandeld werden. De klinische gegevens zijn ontoereikend omtrent het potentieel effect van amlodipine op de fertiliteit. In één studie op ratten werd een bijwerking vastgesteld op de mannelijke fertilitiet (zie rubriek 5.3).

Volwassenen

  • Aanbevolen dosis: 1 tablet per dag
  • Maximale dosis: 40mg/10mg/25mg per dag
  • Dosisaanpassingen zijn aangewezen bij nierinsufficiëntie of leverinsufficiëntie

Toedieningswijze

  • De tablet met of zonder voedsel, met een glas water innemen
  • De tabletten mogen niet worden stukgekauwd en moeten elke dag op hetzelfde tijdstip worden ingenomen
CNK 2816700
Organisaties CSP BENELUX, Daiichi Sankyo Belgium
Merken Daiichi Sankyo
Breedte 65 mm
Lengte 141 mm
Diepte 48 mm
Hoeveelheid verpakking 98
Actieve ingrediënten amlodipine besilaat, hydrochloorthiazide, olmesartan medoxomil
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)